Kerst. Korte, donkere dagen. De straten sfeervol verlicht, binnen is het warm, de kerstboom mooi aangekleed, tijd om samen te zijn. En cadeaus, steeds meer cadeaus. Eten, steeds meer, steeds luxer eten. Festiviteiten, steeds meer festiviteiten. Verlichting, versiering, overvolle winkelstraten, schreeuwende reclames.
En het kindje Jezus … ach ja, hoe zou het met het kerstkind zijn? Hoe staat het eigenlijk met de liefde, en met de vrede?

Ligt het aan mij? Ik ben een beetje kwijt wat we zo uitbundig aan het vieren zijn. Misschien laten we het licht zo fel schijnen om het donker niet te hoeven zien… We leven in een wereld van overdaad maar ook van nauw verholen angst om die te verliezen. Brexit, Trump, gele hesjes, het migratiepact en het verzet daartegen, het klimaat en ons onvermogen het tij te keren: de spanningen zijn legio en de hoop dat politici die het hoofd kunnen bieden wankel.

Maar wat dan? Een negatief verhaal om deze Oplaadborrel mee in te luiden? Of het licht nog feller proberen te laten schijnen? Geen van beide opties bevalt me, ik loop vast.
Wat ik mis in deze verwarrende tijd is een goed verhaal dat deze spagaat kan overstijgen. Dat ons tot nadenken stemt en, al is het maar voor even, op een andere manier naar elkaar en naar de wereld doet kijken. En ik mis muziek die ons kan samenbrengen en doen voelen waar het echt om gaat.

Dat kerstverhaal, dat is zo gek nog niet. Als de kerk haar geloofwaardigheid verliest dan hoeven we het kerstkind nog niet met het badwater weg te gooien. Laten we het liever opnieuw aankleden, een eigentijdsere outfit geven.

Het kan misschien helpen als we ons herinneren dat Kerst een feest is van licht en van hoop. Wat is hoop dan? Ik hoorde een wijs man laatst zeggen dat hoop om de hoek ligt: het ligt buiten ons blikveld, dat is nu eenmaal de aard van hoop. En omdat we het niet direct kunnen zien, niet kunnen vastpakken, zet het ons in beweging. Dat raakte mij. Zoals die drie koningen eigenlijk, die zich lieten leiden door een schitterend stralende ster en de hemelse belofte dat die naar een pasgeboren koning leidde, van een koninkrijk waarin de liefde zou overwinnen. En daar gingen ze, hup, in goed vertrouwen op weg door de woestijn. Op zoek naar een koning die ze niet kenden en een vage belofte op een betere wereld waar liefde en vrede heersen. Waarvan de sleutel in handen bleek te liggen van een kwetsbaar, pasgeboren kind. Misschien wel de essentie van het kerstverhaal.

Het raakte mij omdat ik ook niet precies weet hoe de wereld eruit ziet waar ik naar op zoek ben, de hoop die ik soms kan voelen niet in heldere woorden tot leven weet te brengen. Maar dat moet geen reden zijn om dan maar bij de pakken neer te zitten. Alleen door die ster stug te blijven volgen heeft dat kind en dat koninkrijk überhaupt een kans om werkelijkheid te worden. Een wereld waarin liefde, kwetsbaarheid, vrede kunnen bestaan, waarin we onze verschillen weten te overbruggen en onze eigen hulpeloosheid onder ogen durven te zien, waarin we contact maken. Niet steeds en voor altijd, maar soms, af en toe, een beetje, en dat is toch al heel wat …

Als ik mijn hoop onder woorden probeer te brengen dan kom ik eerder uit bij stilte. En bij muziek. Gelukkig hebben we muziek om uit te drukken wat zich niet in woorden laat vangen. Onze verbondenheid, met onszelf, met elkaar en met de wereld om ons heen. Gelukkig kunnen we zingen om daar uitdrukking aan te geven. Gelukkig kunnen we luisteren om dat te voelen. Dichterbij kunnen we misschien wel niet komen.